Ja, we hangen aan een Amerikaans tech-infuus. En ja, we zitten in een houdgreep. Dat is problematisch, maar zeker niet onbegrijpelijk. Wie de afgelopen dertig jaar serieus terugkijkt, ziet geen domheid of naïviteit, maar iets anders: rationele efficiëntie die langzaam is omgeslagen in structurele afhankelijkheid.
Na de Koude Oorlog vielen globalisering, liberalisering en digitalisering bijna perfect samen. Nederland privatiseerde, automatiseerde en optimaliseerde. Overheden wilden kleiner worden, markten efficiënter, IT goedkoper en betrouwbaarder. En daar waren ze ineens: Amerikaanse technologiebedrijven met schaal, snelheid en ogenschijnlijk eindeloze innovatiekracht. Computers, webdiensten, smartphones, sociale media, cloud en uiteindelijk AI. Alles werkte. Alles was betaalbaar. Alles was beter dan wat Europa zelf had.
Het internet werd gezien als een neutrale infrastructuur. Politici moesten zich er vooral niet mee bemoeien. Vrijhandel was heilig. Digitale autonomie bestond niet als beleidsbegrip, laat staan als ontwerpprincipe. Niemand dacht na over exit-strategieën, machtsconcentratie of geopolitieke risico’s. Niet omdat we het niet konden, maar omdat het niet nodig leek.
De digitale fuik
Decennialang zwommen we vrolijk een digitale fuik in. Elke individuele keuze was logisch. Elke aanbesteding verdedigbaar. Elke migratie naar “de cloud” een rationele stap. Maar collectief bouwden we een afhankelijkheid op die pas zichtbaar werd toen terugzwemmen geen realistische optie meer was.
Toen het begon te schuren, reageerden we selectief. Russische antivirussoftware werd geweerd uit overheidssystemen. Chinese technologie, zoals Huawei, werd uit de kern van 5G-netwerken gehouden. Maar Amerikaanse aanbieders bleven onaangetast. Niet omdat de risico’s daar niet bestonden, maar omdat ze verweven waren geraakt met alles wat we dagelijks doen: identiteit, dataopslag, analyse, communicatie, besluitvorming.
Digitale autonomie was geen principe. Het was een reflex, toegepast waar het politiek en operationeel nog kon.
2025: wakker worden omdat negeren niet meer lukt
In 2025 veranderde de context radicaal. Onder Trump werd Amerika een onvoorspelbare partner. De internationale rechtsorde verschoof richting invloedssferen. Technologie werd steeds explicieter ingezet als geopolitiek machtsmiddel. Data, infrastructuur en AI bleken geen neutrale hulpmiddelen meer, maar strategische assets.
Plots was iedereen het eens. Europa moest minder afhankelijk worden. Digitale autonomie werd onderdeel van verkiezingsprogramma’s. Het stond in de positieve agenda’s van Jetten en Bontenbal. Het rapport-Wennink legde het scherp op tafel. Media schreven er dagelijks over. Zelfs aan de formatietafel werd digitale veiligheid expliciet genoemd als thema.
Niet omdat we slimmer waren geworden, maar omdat ontkenning statistisch onhoudbaar was geworden.
Efficiëntie versus autonomie
Toch is het gevaar nu dat we doen alsof dit een kwestie is van politieke wil alleen. Alsof je dertig jaar optimalisatie in een paar jaar kunt terugdraaien. Alsof Europese alternatieven per definitie gelijkwaardig zijn in functionaliteit, schaal en volwassenheid. Alsof autonomie gratis is.
Dat is ze niet.
Wie serieus werk wil maken van een eigen tech-industrie en digitale infrastructuur, moet accepteren dat dit geld kost. Veel geld. Dat het complex is. Dat Europese aanbieders vaak minder ver zijn. Dat overstappen betekent: hogere kosten, meer frictie, langere implementaties en soms bewust kiezen voor “goed genoeg” in plaats van “best in class”.
Digitale autonomie vraagt offers. En die moeten ergens vandaan komen.
Geen grote woorden, maar kleine stappen
Dat betekent niet dat het onmogelijk is. Integendeel. Maar het vraagt een andere houding. Minder grote woorden. Meer kleine, geduldige, maar betekenisvolle stappen. Niet alles tegelijk, maar wel consequent.
Begin bij waar de macht zit: data, identiteit, architectuur en afhankelijkheden in de keten. Begrijp welke keuzes vandaag toekomstige opties blokkeren. Ontwerp systemen met realistische exit-scenario’s, ook als je ze nooit volledig gebruikt. Accepteer dat autonomie geen absolute staat is, maar een spectrum.
We zijn niet naïef geweest. We waren efficiënt. En die efficiëntie heeft ons veel gebracht. Maar nu de wereld verandert, verandert ook de prijs die we daarvoor betalen.
Digitale autonomie begint niet met retoriek, maar met ontwerpkeuzes. En vooral met geduld.