Quantum is niet langer een experiment — en dat is precies het probleem

De afgelopen weken verscheen het bericht dat QuiX Quantum een belangrijke stap heeft gezet in de ontwikkeling van quantumcomputers. Voor de gemiddelde lezer klinkt dat als de zoveelste technologische doorbraak in een veld dat al jaren belooft dat “het er nu echt aankomt”. Maar wie iets beter kijkt, ziet dat dit geen zoveelste stap is. Dit is een kantelpunt.

Niet omdat quantum ineens sneller is geworden. Niet omdat we morgen allemaal met quantumcomputers gaan werken. Maar omdat er iets veel fundamentelers is gebeurd: voor het eerst wordt aannemelijk dat een quantumcomputer netto betrouwbaarder kan rekenen dan hij fouten introduceert.

En precies op dat moment verandert alles.

Even terug: wat is een quantumcomputer eigenlijk?

Voordat we doorschieten in grote woorden, is het goed om even stil te staan bij wat een quantumcomputer nu eigenlijk is. Niet de marketingversie, maar de essentie.

Waar een klassieke computer werkt met bits — nullen en enen — werkt een quantumcomputer met qubits. Die qubits kunnen niet alleen 0 of 1 zijn, maar ook een combinatie van beide tegelijk. Dat klinkt abstract, maar het betekent in de praktijk dat een quantumcomputer in één berekening meerdere mogelijke uitkomsten tegelijk kan verkennen.

Daarbovenop komt nog een tweede principe: verstrengeling. Qubits kunnen zodanig met elkaar verbonden zijn dat de toestand van de één direct invloed heeft op de ander, ongeacht afstand. Dat maakt het mogelijk om complexe problemen niet stap voor stap, maar in één samenhangend geheel te benaderen.

Het gevolg is dat bepaalde typen vraagstukken  denk bijvoorbeeld aan optimalisatieproblemen, materiaalonderzoek of complexe simulaties,  in theorie exponentieel sneller opgelost kunnen worden dan met klassieke computers.

Tot zover het verhaal dat we al jaren horen.

Waarom het tot nu toe vooral theorie was

Het probleem zat nooit in de belofte, maar in de uitvoering.

Quantumcomputers zijn extreem gevoelig voor ruis en verstoringen. Een minimale afwijking in temperatuur, elektromagnetische straling of zelfs trillingen kan de berekening verstoren. Daardoor ontstond een fundamenteel probleem: elke berekening introduceerde zoveel fouten, dat de uitkomst nauwelijks bruikbaar was.

Met andere woorden: quantum kon indrukwekkend rekenen, maar je kon de uitkomst niet vertrouwen.

En zonder vertrouwen is er geen toepassing.

Wat QuiX Quantum nu daadwerkelijk heeft gedaan

De stap die QuiX Quantum nu zet, draait om foutreductie. Niet door fouten volledig uit te bannen , dat is voorlopig toch echt onmogelijk, maar door ze zodanig te mitigeren dat de uitkomst per saldo betrouwbaarder wordt.

Dat klinkt technisch, maar de implicatie is eenvoudig:

Voor het eerst ontstaat een situatie waarin de uitkomst van een quantum-berekening betekenis kan krijgen in de echte wereld. En dat is precies het moment waarop technologie ophoudt een experiment te zijn. Interessant toch?!

En dan begint het echte probleem

Tot nu toe konden we quantumcomputing comfortabel negeren. Het was interessant, veelbelovend, maar nog niet relevant voor besluitvorming. Er zat altijd een veilige afstand tussen technologie en toepassing.

Die afstand verdwijnt nu. Want zodra organisaties quantum gaan gebruiken voor bijvoobeeld:

  • logistieke optimalisatie
  • prijsbepaling
  • risicomodellen
  • medicijnontwikkeling

, wordt de uitkomst van zo’n systeem onderdeel van echte beslissingen. Beslissingen met financiële, maatschappelijke en soms zelfs ethische impact.

En dan ontstaat een vraag die we in de technologiesector structureel te laat stellen:

Hoe weten we eigenlijk dat de uitkomst klopt?

De parallel met AI (en waarom we daar niets van geleerd hebben)

Wie de opkomst van (generatieve) AI heeft gevolgd (wie niet), herkent dit patroon onmiddellijk.

We hebben massaal modellen geïmplementeerd:

  • zonder volledige uitlegbaarheid
  • zonder robuuste validatie
  • zonder duidelijke accountability

Pas daarna ontstond de discussie over governance, betrouwbaarheid en assurance.

En nu staan we op het punt exact dezelfde fout te maken , maar dan met een technologie die nog minder intuïtief is dan AI.

Want waar AI nog enigszins te volgen is via data en modellen, is quantumcomputing fundamenteel niet-intuïtief. De uitkomsten zijn niet alleen complex, ze zijn voor de meeste mensen principieel onbegrijpelijk.

De auditvraag die niemand stelt

In jouw wereld , en eigenlijk in elke wereld waar beslissingen gebaseerd worden op data, is dit het moment waarop het interessant wordt.

Niet omdat we met elkaar nu ineens quantum moeten begrijpen, maar  omdat er een nieuwe categorie systemen ontstaat waarvan de output:

  • niet direct te herleiden is
  • niet eenvoudig reproduceerbaar is
  • en niet intuïtief te verklaren is

En toch gebruikt gaat worden voor besluitvorming.

De vraag is dus niet:

“Hoe werkt quantum?”

De vraag is:

“Hoe gaan we vertrouwen organiseren in iets dat we niet kunnen doorgronden?”

Hybride systemen, hybride waarheid

Daar komt nog iets bij dat vaak over het hoofd wordt gezien.

Quantum zal nooit op zichzelf staan. In de praktijk zullen we hybride systemen zien:

  • een deel van de berekening in quantum
  • een deel in klassieke systemen
  • een deel in simulaties of AI-modellen

Het eindresultaat is daarmee geen puur quantum-output, maar een samengestelde uitkomst. En dat leidt tot een ongemakkelijke realiteit:

De ‘waarheid’ waarop beslissingen worden gebaseerd, is straks het resultaat van een keten van fundamenteel verschillende technologieën.

Voor accountants, controllers en toezichthouders betekent dit dat de klassieke vraag; “is dit juist en volledig?”  ineens een stuk lastiger wordt. Althans dat denl ik dan. Wellicht is dit zo, maar ik lees er nog weinig over.

Want wat controleer je precies?

Van data-analyse naar besluitvorming onder onzekerheid

Wat hier onder ligt, raakt een breder thema dat we al langer zien.

We bewegen van:

  • data → informatie → besluit

naar:

  • complexe modellen → waarschijnlijkheden → besluit

Quantum versnelt die beweging. Niet omdat het alles oplost, maar omdat het de complexiteit verder opvoert.

En daarmee verschuift ook de rol van assurance.

Niet langer:

  • controleren of iets klopt

maar steeds vaker:

  • beoordelen of het redelijk is om erop te vertrouwen

Dat is een subtiel verschil, maar een fundamentele. Wordt vast interessant en heel veel mensen gaan hier binnenkort over schrijven, u gaat het lezen.

En precies daar ligt de kans

Waar veel technologie-artikelen stoppen bij de doorbraak, begint hier het interessante deel.

Want als quantum inderdaad richting toepassing beweegt, ontstaat er een volledig nieuw domein:

  • assurance op complexe algoritmische systemen
  • validatie van hybride rekenketens
  • governance rondom onbegrijpelijke maar impactvolle uitkomsten

Met andere woorden:

de vraag naar vertrouwen groeit sneller dan de technologie zelf. En dat is geen technisch vraagstuk, maar een economisch en maatschappelijk vraagstuk.

Zijn we er weer te laat bij?

Het ongemakkelijke is dat we dit patroon inmiddels zouden moeten herkennen.

We weten dat:

  • technologie sneller ontwikkelt dan governance
  • toepassingen eerder komen dan standaarden
  • vertrouwen pas wordt georganiseerd als het misgaat

En toch laten we het opnieuw gebeuren.

De stap van QuiX Quantum is daarom niet alleen een technologische mijlpaal. Het is een signaal dat we opnieuw aan de verkeerde kant van de innovatiecurve staan.

Niet omdat we te laat zijn met bouwen, maar omdat we te laat zijn met nadenken over de vraag die er werkelijk toe doet:

wanneer een systeem complex genoeg wordt om beslissingen op te baseren, wie neemt dan de verantwoordelijkheid voor het vertrouwen?

We gaan het gewoon volgen, ok?

Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Commentaren
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties