Europa heeft een interne markt van ruim 450 miljoen inwoners. In theorie is dat een droomomgeving voor ondernemers: een enorme afzetmarkt, hoogopgeleide arbeid en een sterke technologische infrastructuur. In de praktijk blijkt die interne markt echter een stuk minder “intern” dan vaak wordt gedacht. Wie vandaag een bedrijf wil opschalen van Amsterdam naar Parijs, Berlijn of Madrid, loopt al snel tegen een wirwar van nationale regels aan.
Brussel wil daar nu iets aan doen. Met een nieuw initiatief – vaak aangeduid als EU Inc. – moet het in de toekomst mogelijk worden om een bedrijf te starten dat direct in de hele Europese Unie kan opereren.
Het idee klinkt verrassend simpel: één Europese bedrijfsvorm, één juridisch kader en een onderneming die in principe overal binnen de EU erkend wordt.
Maar zoals zo vaak in Europa zit de echte vraag niet in het idee zelf, maar in de uitvoering.
De droom van een Europese startup-markt
Het voorstel waar Brussel aan werkt, moet het mogelijk maken om een onderneming volledig digitaal op te richten en vrijwel direct in de hele EU actief te zijn.
In plaats van 27 verschillende nationale vennootschapsstructuren – BV’s, GmbH’s, SARL’s en ga zo maar door – zou er een soort pan-Europese ondernemingsvorm ontstaan.
Voor startups en technologiebedrijven kan dat een groot verschil maken.
Vandaag de dag gebeurt namelijk vaak het volgende: een Europese startup begint lokaal, groeit een beetje en komt vervolgens in een fase waarin internationale uitbreiding nodig is. Op dat moment ontstaat een juridisch en administratief doolhof. Elk land heeft eigen regels voor aandelenstructuren, governance, werknemersparticipatie en rapportage.
Voor jonge bedrijven is dat een rem op groei.
Het is niet voor niets dat veel Europese startups uiteindelijk besluiten om hun holdingstructuur naar de Verenigde Staten te verplaatsen. Niet omdat het ecosysteem daar per se beter is, maar omdat de juridische en kapitaalmarkt-structuur eenvoudiger en schaalbaarder is.
Met EU Inc. probeert Europa dat probleem eindelijk serieus aan te pakken.
Waarom dit juist voor data-bedrijven belangrijk is
Vooral bedrijven die werken met software, AI en data hebben baat bij schaal.
Een data-bedrijf groeit namelijk niet lineair. Hoe meer gebruikers, hoe meer data er beschikbaar komt. Hoe meer data, hoe beter algoritmes en modellen worden. Dat creëert een vliegwiel dat vooral werkt in grote markten.
Daarom zijn de grootste technologiebedrijven ter wereld vrijwel allemaal afkomstig uit markten met enorme schaal:
Europa heeft die schaal in principe ook. Alleen is die schaal juridisch versnipperd.
Het resultaat is een paradox: Europa heeft de markt, maar niet de structuur om die markt effectief te benutten.
Een Europese startup kan technisch gezien meteen internationaal zijn. Maar juridisch gezien moet ze zich vaak nog steeds door nationale systemen heen werken.
Brussel ontdekt de startup-logica
Het interessante aan het voorstel is dat Brussel hier eigenlijk iets doet wat Silicon Valley al lang begrijpt: frictie wegnemen voor ondernemers.
Een bedrijf oprichten zou volgens de plannen volledig digitaal moeten kunnen. Binnen korte tijd – er wordt gesproken over dagen in plaats van weken – kan een onderneming juridisch bestaan en kapitaal aantrekken.
Ook belangrijke onderwerpen voor startups worden meegenomen, zoals aandelenopties voor medewerkers. Dat lijkt misschien een detail, maar in de wereld van technologiebedrijven is dit cruciaal. In de Verenigde Staten is het normaal dat medewerkers meedelen in de groei van een bedrijf. In Europa maken complexe fiscale regels dat vaak een stuk lastiger.
Als Brussel deze knelpunten echt weet te vereenvoudigen, kan dat een serieuze impuls geven aan het Europese startup-ecosysteem.
De Europese reflex: eenvoud met een handleiding van 200 pagina’s
Tegelijkertijd ligt hier ook een risico.
Europa heeft een reputatie opgebouwd waarin goede ideeën vaak eindigen in uitgebreide regelboeken. De kunst van het voorstel zal dus zijn om werkelijke eenvoud te creëren.
De vraag is bijvoorbeeld:
Een bedrijfsvorm die in theorie eenvoudig is, kan in de praktijk alsnog complex worden als elk land zijn eigen interpretatie toevoegt.
Dat is precies het spanningsveld waar Europese regelgeving vaak in terechtkomt: de wens om te harmoniseren versus de politieke realiteit van nationale belangen.
Wat betekent dit voor accountants, CFO’s en controllers?
Voor financiële professionals is het voorstel minstens zo interessant als voor ondernemers.
Een EU-brede ondernemingsvorm roept namelijk direct vragen op over reporting, governance en assurance.
Als bedrijven straks opereren onder een pan-Europese juridische structuur, wat betekent dat dan voor:
Het is niet ondenkbaar dat dit uiteindelijk leidt tot een verdere harmonisatie van financiële regels en mogelijk zelfs van auditpraktijken.
In dat scenario ontstaat er een interessante ontwikkeling: ondernemingen die vanaf dag één Europees georganiseerd zijn.
Dat zou een fundamentele verandering zijn in hoe bedrijven op het continent worden gebouwd.
Een kleine stap voor Brussel, een grote stap voor ondernemers?
Of EU Inc. daadwerkelijk een doorbraak wordt, hangt af van de details.
Als het voorstel werkelijk leidt tot minder frictie, kan het een belangrijke impuls geven aan Europese innovatie. Maar als het eindigt in een nieuw pakket regelgeving met uitzonderingen en nationale interpretaties, blijft het effect beperkt.
Toch is het op zichzelf al interessant dat Brussel deze stap zet.
Het laat zien dat er in Europa langzaam een besef groeit dat concurrentie met de VS en Azië niet alleen gaat over technologie of kapitaal, maar ook over institutioneel ontwerp.
Of anders gezegd: hoe eenvoudig is het om een bedrijf te bouwen?
De komende jaren zal blijken of Europa die vraag eindelijk serieus begint te beantwoorden.