De Big Four van morgen: minder billing, meer building en waarom het rijgen van kantoren geen strategie is

In de wereld van professionele dienstverlening hoor je zelden de vier grote accountantskantoren praten over ondernemingswaarde,  enterprise value , terwijl dit in private‑equity (PE) ondersteunde platforms de gespreksonderwerp nummer één is.

Elk besluit draait daar om één vraag: vergroot dit de waarde van de onderneming? Bij de Big Four blijft het vertrekpunt echter nog vooral: winst per partner. De jaarlijkse verdeling van winst is de ster die het denken bepaalt: benutting, factureerbare uren, marge. Logisch en lucratief, maar het blokkeert investeringen in innovatie, schaalbaarheid en data‑gedreven businessmodellen.

Tegelijkertijd zien we in Nederland een ander fenomeen: middelgrote en regionale kantoren die door PE worden aan elkaar geregen in de hoop dat schaalwaarde vanzelf ontstaat. De paradox? Schaal zonder visie is geen waarde. Het is tijd om kritisch te kijken: wat is hier nu écht verstandig?

De klassieke leidraad in de accountancywereld is al decennia dezelfde: partners krijgen winstuitkering, medewerkers draaiven uren, klanten betalen per prestatie‑uur. Utilisatiepercentages, marge op uren, jaaromzet per FTE — dit zijn de KPI’s die domineren.

Het model levert stabiliteit, voorspelbare cashflow, en is voor veel kantoren de veilige haven in onzekere tijden. Toch kent het model een inherente beperking: het stimuleert uitputting van capaciteit, niet opbouw van waarde. Innovatie, investeringen in IP (intellectual property), data‑modellen en AI blijven vaak achter. Terwijl de echte waardecreatie van morgen juist draait om schaalbare assets,  niet uren.

In Nederland is PE‑geld de accountancywereld binnengedrongen. Zo investeert Inflexion in het Nederlandse kantoor Baker Tilly Netherlands,  een deal die markeert dat de consolidatiekracht en schaalopgave serieus wordt , omzet circa €150 miljoen, 1.000 medewerkers (bron: consultancy.eu).

Ook het rapport van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) meldt dat het marktaandeel van auditkantoren met PE‑belang snel stijgt, circa 30 % (bron: afm.nl). Deze investeringsgolf leidt tot netwerken van vestigingen, tot bundels van kantoren die technisch wel ‘schaal’ hebben maar niet automatisch ‘waarde’. Er lijkt weinig aandacht voor het opbouwen van echte data‑assets, verbonden klantmodellen of technologieplatformen; het gaat vooral om stapelen.

Schaal kan een voordeel zijn,  grotere klanten, meer medewerkers, internationale toegang. Maar zonder strategische focus op data, technologie en businessmodel‑innovatie blijft schaal slechts volume.

Een PE‑roll‑up van kantoren creëert vaak kostenbesparingslogica en integratieprincipe, maar weinig duurzame waarde‑multiples. Het AFM‑rapport waarschuwt dat de risico’s groter zijn dan de kansen wanneer kwaliteit en daarmee reputatie,  onder druk komt te staan in PE‑gedreven structuren.

In de omgeving van accountancy leven zachte vormen van kapitaalinjectie, maar harde eigenaarsstructuren, investeringen in IP of AI zijn zeldzaam. De echte vraag is: ziet de ondernemer/accountant zichzelf als dienstverlener met urenmodel, of als ondernemer met waarde‑asset?

Het goede nieuws: de Big Four hebben alle ingrediënten om een enorme sprong te maken in enterprise value. Ze hebben merkbekendheid, klantenportefeuilles, wereldwijde organisaties en enorme cashflows. Wat ontbreekt is vaak het incentive‑mechanisme dat eigenaarschap belooft, en een cultuur die investeert in herbruikbare assets in plaats van alleen in facturering.

PE‑gedreven firms hebben dat incentive‑mechanisme ; equity‑delen, groei in multiples, focus op IP,  maar missen soms de diepgang in expertise, kwaliteitscultuur, of technologische fundamenten die echte accountancy‑instituten wel hebben.

Als een accountantskantoor wil winnen in het komende decennium, dan is het niet de grootste vestiging die het verschil maakt, maar degene die het slimste datamodel heeft. En met dat datamodel bedoelen we: platformen die klantdata, procesdata, automatisering, AI‑gedreven inzichten combineren tot een schaalbare asset. Die asset produceert recurring revenue (software, abonnementen, data services), niet alleen een uurprijs. Een model van “bij ons duurt de audit 100 uur” verandert in “ons platform levert inzichten en adviseert continu”. Dat vraagt om investeringen, cultuurverandering, structuur en governance: een langere horizon dan het jaarlijkse resultaat.

Praktisch advies voor accountantskantoren (NL‑context)
– Kies voor hybride eigenaarschap: niet per se volledige buy‑out door PE, maar minority‑investering die samenwerkt met partners die echte ondernemers zijn.
– Investeer in data & IP: boekhoud‑ en assurancediensten blijven belangrijk, maar het toekomstmodel is een platform (audit + analytics + advisory) met sterke herbruikbare componenten.
– Focus op governance & kwaliteit: schaal moet niet ten koste gaan van kwaliteit. Het AFM‑rapport waarschuwt hiervoor.

De accountancysector staat op een kruispunt. De Big Four kunnen veel meer zijn dan grote urenmachines, als ze bereid zijn hun horizon te verlengen, structureel te investeren, en hun belonings‑ en governancemodellen opnieuw uit te vinden. Tegelijkertijd is “kantoren aan elkaar rijgen” door PE geen vanzelfsprekend succesrecept. Want zonder visie, technologie en datagedreven denken blijft het stapelen van vestigingen slechts een doel op zich.

De echte winnaars worden niet de grootste, maar de slimste. Ze denken en handelen als eigenaars, zijn ondernemend en innovatief. Is de toekomst niet gewoon aan de boutique kantoren van vandaag? Het is opvallend stil rondom dit thema!

“Enterprise value zit niet in het aantal vestigingen, maar in de intelligentie van het netwerk.”

Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Commentaren
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties