AI verandert alles. Behalve onze behoefte aan vertrouwen bij besluiten die ertoe doen.
Op LinkedIn deelde Stuart Winter‑Tear recent een scherpe observatie:
“McKinsey is dead ‘cos AI. Except they’re not. What’s scarce is the emotional permission to act – and the insulation to survive if it goes wrong.”
Het raakt een gevoelige kern: in een tijd waarin AI vrijwel elke analyse sneller en beter uitvoert dan de meeste consultants, blijven adviesbureaus floreren. Waarom?
Omdat organisaties, ook in 2025, niet alleen zoeken naar antwoorden – maar naar houvast.
Naar begeleiding bij het nemen van besluiten die complex, politiek beladen of gewoon spannend zijn. En dat verandert de rol van advies en data-consultancy fundamenteel.
De technische kant is duidelijk. AI genereert strategievoorstellen, marktanalyses, scenario’s, forecasts en risicomodellen – in seconden. Waar eerder consultancybureaus weken nodig hadden, doet technologie nu het zware denkwerk.
Maar dat betekent niet dat het werk van bestuurders eenvoudiger is geworden. Integendeel.
Juist door die overvloed aan informatie, scenario’s en modellen wordt het moeilijker om koers te bepalen. Want wat als je kiest op basis van AI-inzicht – en het gaat tóch mis? Wie staat er dan naast je? Wie draagt het besluit? Wat leg je uit aan de aandeelhouders, de OR, de toezichthouder?
Dat is wat Stuart Winter‑Tear bedoelt met ‘emotional permission to act’. Niet kennis, maar rugdekking is schaars.
We zien bij TheDataConnection.nl steeds vaker dezelfde paradox in boardrooms:
– Men wil “datagedreven werken”, maar kiest vooral voor datagedreven validatie van bestaande beslissingen.
– Men omarmt AI, maar blijft zoeken naar menselijke duiding en bevestiging vóór er gehandeld wordt.
– Men ziet AI als versneller, maar worstelt met het eigenaarschap van besluiten die op AI zijn gebaseerd.
Dat is geen zwakte. Het is menselijk. Maar het vraagt wel om een nieuwe bestuursstijl.
Consultants, analisten, controllers, CIO’s – hun rol verschuift. Niet langer zijn zij de leveranciers van unieke inzichten, maar juist de facilitators van besluitvorming onder onzekerheid.
Dat vraagt van u als leider geen blinde overgave aan technologie, maar juist:
– Het vermogen om keuzes te maken in plaats van alles door te rekenen tot het risico nul is.
– De bereidheid om AI te omarmen zonder de menselijke maat los te laten.
– En de moed om verantwoording te nemen voor besluiten waarvan de uitkomst nooit volledig voorspelbaar is.
AI helpt u niet ontsnappen aan verantwoordelijkheid. Het maakt het juist scherper zichtbaar. Wie wacht tot de data volledig is, loopt achter. Wie durft te kiezen op basis van de best beschikbare inzichten, wordt koploper.
Dat vraagt niet om ondoordachte actie, maar om een stevigere verbinding tussen technologie en menselijke besluitvorming. U hoeft AI niet te begrijpen tot op code-niveau – maar u moet wel durven werken met wat AI u aanreikt.
En daar ligt ook de handreiking: de moderne leider is geen techneut, maar een navigator in een datarijke werkelijkheid.
McKinsey is niet dood. Maar wel veranderd. Net als uw rol als bestuurder.
In een wereld waarin AI elk antwoord kan geven, groeit de waarde van mensen die de juiste vragen blijven stellen. Die weten wanneer te wachten – en wanneer te handelen.
Dus stel uzelf niet de vraag of AI al goed genoeg is.
Stel liever de vraag: ben ik als leider klaar om ermee te werken?
Want de technologie is er. De vraag is: durft u te besluiten voordat alles zeker is?