Organisaties verzamelen al jarenlang transactiedata en gedragsdata om processen, klanten en prestaties beter te begrijpen. Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van neurotechnologie lijken echter een volgende stap mogelijk te maken: intentiedata. Daarmee verschuift de aandacht van wat mensen doen naar wat zij denken, voelen of van plan zijn.
Wat betekent deze nieuwe vorm van data voor organisaties, bestuurders en toezichthouders? En welke vragen ontstaan wanneer intenties zelf een databron worden?
Afgelopen weekend las ik in het FD een fascinerend artikel van Jan Fred van Wijnen over de Nederlands-Duitse start-up Zander Labs. Het bedrijf ontwikkelt technologie die hersensignalen gebruikt om emoties, aandacht en mentale toestanden te herkennen, zodat computers en robots beter kunnen samenwerken met mensen. Inmiddels betaalt een Duitse klant tientallen miljoenen euro’s voor deze technologie. Wat tijdens het lezen bij mij bleef hangen, was niet zozeer de technologie zelf, maar de vraag welke nieuwe vorm van data hier eigenlijk ontstaat.
De afgelopen dertig jaar hebben organisaties vooral geleerd om transactiedata te verzamelen en te analyseren. We registreerden wat klanten kochten, welke facturen werden betaald, welke producten werden geleverd en hoe processen verliepen. Vervolgens ontstond de wereld van gedragsdata. Websites, apps en platforms gingen niet alleen registreren wat we deden, maar ook hoe we ons gedroegen. Ze analyseerden waar we klikten, hoe lang we ergens naar keken en op welk moment we afhaakten.
Die ontwikkeling heeft een enorme economische waarde gecreëerd. Bedrijven als Amazon, Google en Netflix zijn groot geworden doordat zij gedrag beter konden begrijpen en voorspellen dan hun concurrenten. Data ging niet langer alleen over het verleden, maar steeds meer over de toekomst. Maar wat als de volgende stap niet langer draait om wat mensen doen, maar om waarom zij het doen?
Dat lijkt precies te zijn waar bedrijven als Zander Labs naartoe bewegen. Hun technologie probeert mentale toestanden zoals aandacht, stress, verwarring, vermoeidheid en focus te herkennen op basis van hersensignalen. Daarmee ontstaat mogelijk een nieuwe categorie van data die we misschien wel intentiedata kunnen noemen.
Dat is een fundamentele verschuiving.
Transactiedata vertelt ons dat een klant een aankoop heeft gedaan. Gedragsdata laat zien welke stappen aan die aankoop voorafgingen. Intentiedata probeert te begrijpen wat iemand dacht, voelde of van plan was voordat die beslissing werd genomen.
Als deze ontwikkeling doorzet, ontstaat een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van data. Eerst digitaliseerden we transacties. Daarna analyseerden we gedrag. Vervolgens gingen we voorspellen. En nu proberen we intenties te begrijpen.
De economische impact daarvan kan enorm zijn. Organisaties zullen steeds beter in staat zijn om te begrijpen wanneer iemand overbelast raakt, wanneer de aandacht verslapt, welke boodschap de meeste impact heeft of wanneer iemand op het punt staat een bepaalde beslissing te nemen. In de gezondheidszorg kan dit leiden tot betere diagnoses en behandelingen. In het onderwijs kan lesmateriaal zich aanpassen aan de concentratie van een leerling. In de industrie kunnen systemen rekening houden met de mentale belasting van operators en daarmee de veiligheid vergroten. Maar tegelijkertijd ontstaan er vragen die misschien nog veel groter zijn dan de technologie zelf.
Wie is eigenaar van onze intenties? Mag een werkgever meten wanneer een medewerker afgeleid is? Mag een verzekeraar weten hoe iemand emotioneel reageert? Mag een bedrijf voorspellen welke beslissing wij waarschijnlijk gaan nemen? En misschien nog belangrijker: waar ligt de grens tussen begrijpen en beïnvloeden?
De geschiedenis van data leert ons dat vrijwel iedere technologische mogelijkheid uiteindelijk ook economisch wordt benut. Wat vandaag nog een veelbelovende innovatie in een laboratorium is, kan morgen een commercieel instrument zijn.
Voor accountants, auditors en data professionals ontstaat hiermee mogelijk een volledig nieuw werkterrein. Als intentiedata een economisch bedrijfsmiddel wordt, zullen we moeten nadenken over datakwaliteit, governance, eigenaarschap, privacy, ethiek en assurance rondom deze nieuwe datastromen. Hoe betrouwbaar zijn dergelijke metingen? Hoe voorkomen we verkeerde interpretaties? Hoe controleren we algoritmen die menselijke emoties en intenties proberen te classificeren?
Misschien zijn onze hersenen wel de volgende database.
En misschien is de belangrijkste datavraag van de komende twintig jaar niet of technologie onze gedachten kan lezen, maar of wij als samenleving, bestuurders en toezichthouders klaar zijn voor een wereld waarin intenties zelf data worden.
Bronnen
Van Wijnen, J.F. (2026). Zander Labs voert data uit de hersenen aan een robot. Het Financieele Dagblad, 28 juni 2026.
Zander Labs. Passive Brain-Computer Interfaces and Neuroadaptive Technology. www.zanderlabs.com.