De recente discussie rond OCI N.V., en de vragen die de Vereniging van Effectenbezitters daarbij expliciet stelt aan zowel het bedrijf als PwC, voelt ongemakkelijk. Niet omdat er per se iets mis is, maar omdat zichtbaar wordt wat we in het vak al langer weten, maar zelden zo scherp onder woorden brengen. De vraag die boven de markt hangt is namelijk niet of de cijfers kloppen, maar waarom het beeld ineens kantelt. Waarom zien we dit nu pas?
Het reflexmatige antwoord is vaak technisch. Er wordt gewezen op nieuwe inzichten, gewijzigde inschattingen, aanvullende informatie die pas later beschikbaar kwam. Allemaal valide verklaringen. En toch knaagt er iets. Want in een wereld waarin organisaties hun operatie vrijwel realtime kunnen volgen, voelt het vreemd dat wezenlijke risico’s pas maanden later, in een jaarverslag, echt zichtbaar worden. Alsof de werkelijkheid zich pas aandient op het moment dat zij wordt opgeschreven.
Daar zit de kern van het probleem. We hebben geen gebrek aan data. Integendeel. Bedrijven beschikken over een overvloed aan informatie, over dashboards die dagelijks worden bijgewerkt, over systemen die afwijkingen direct signaleren. Maar zodra diezelfde werkelijkheid wordt vertaald naar een jaarrekening, verandert er iets fundamenteels. Data worden samengebracht, geordend, voorzien van toelichting en uiteindelijk gegoten in een consistent verhaal. Dat verhaal klopt, daar zit de zorgvuldigheid van het vak. Maar het is onvermijdelijk een verhaal van gisteren.
Het ongemak ontstaat op het moment dat dat verhaal niet meer synchroon loopt met de werkelijkheid. Niet omdat het onjuist is, maar omdat het te laat komt. In het geval van OCI lijkt het negatieve beeld niet zozeer nieuw, maar wel nieuw verteld. Onzekerheden die eerder impliciet waren, worden expliciet gemaakt. Bandbreedtes krijgen contour. Risico’s worden concreet. En precies op dat moment kantelt de perceptie. Niet omdat de feiten veranderen, maar omdat het verhaal verandert.
Dat legt een interessante spanning bloot in de rol van de accountant. De buitenwereld verwacht impliciet dat de accountant dit soort kantelpunten vroegtijdig signaleert en adresseert. Dat hij niet alleen toetst of de cijfers een getrouw beeld geven, maar ook of dat beeld tijdig en volledig wordt gedeeld. Maar dat is niet hoe het stelsel is ingericht. De accountant beoordeelt aannames, weegt onzekerheden en toetst of de verantwoording op het moment van rapporteren redelijk is. Hij bewaakt de kwaliteit van het verhaal, maar bepaalt niet wanneer het verhaal wordt verteld.
En precies daar wringt het. Want de economie is in de afgelopen jaren fundamenteel veranderd, terwijl de verslaggeving in essentie hetzelfde is gebleven. Beslissingen worden dagelijks genomen, risico’s verschuiven continu en organisaties sturen op informatie die nauwelijks ouder is dan een paar uur. Tegelijkertijd blijft de formele verantwoording gevangen in een jaarlijkse cyclus, waarin inzichten pas zichtbaar worden nadat ze hun relevantie voor de actualiteit deels hebben verloren.
De vraag is dan ook niet of de jaarrekening nog waarde heeft. Natuurlijk heeft hij die. Voor verantwoording, voor toezicht, voor vergelijkbaarheid is het een essentieel instrument. Maar voor het begrijpen van wat er nú speelt, voor het tijdig signaleren van veranderingen, schiet hij steeds vaker tekort. Niet omdat de kwaliteit ontbreekt, maar omdat de timing niet meer aansluit op de werkelijkheid waarin organisaties opereren.
Misschien moeten we daarom een ongemakkelijke conclusie durven trekken. Het probleem zit niet in de techniek, niet in data, en zelfs niet in de controle. Het probleem zit in het moment waarop we bereid zijn het verhaal te vertellen. Zolang wezenlijke inzichten pas hun weg vinden naar het jaarverslag, zullen ze per definitie te laat komen voor iedereen die vooruit wil kijken.
De discussie rond OCI is daarmee geen uitzondering, maar een symptoom. Een symptoom van een systeem dat uitstekend is in het vastleggen van wat was, maar moeite heeft met het zichtbaar maken van wat zich ontwikkelt. En zolang dat zo blijft, zal de vraag “waarom zien we dit nu pas?” telkens opnieuw gesteld worden. Niet omdat iemand zijn werk niet goed heeft gedaan, maar omdat het verhaal simpelweg te laat wordt verteld.