Willen jonge accountants tegenwoordig echt meer balans dan eerdere generaties? Die gedachte komt regelmatig terug in discussies over de arbeidsmarkt, maar met beschikbare cijfers is zo’n generatieverschil moeilijk aan te tonen.
De werk-privébalans in de accountancy speelt bovendien binnen een maatschappelijke context die sterk is veranderd. Meer ouders combineren een eigen carrière met zorgtaken, vaders nemen vaker ouderschapsverlof en gezinnen proberen werk en zorg gelijker te verdelen. De arbeidsdata vertellen daarmee vooral een verhaal over veranderende omstandigheden rond werk en gezin.
Jonge ouders in de accountancy hebben behoefte aan een betere werk-privébalans, schrijft Accountant.nl. Begrijpelijk, maar bij dit soort berichten vraag ik mij altijd af of dit werkelijk iets van deze tijd is. Wilden jonge ouders tien, twintig of dertig jaar geleden wezenlijk iets anders? De beschikbare arbeidsdata geven daarop geen eenvoudig antwoord, maar laten wel zien dat de maatschappelijke context waarin werk en gezin worden gecombineerd sterk is veranderd.
De discussie over werk-privébalans wordt regelmatig gekoppeld aan generaties. Jongere werknemers zouden andere prioriteiten hebben, meer grenzen stellen en minder bereid zijn hun privéleven ondergeschikt te maken aan hun carrière. Dat kan een rol spelen, maar het is lastig om uit de beschikbare cijfers af te leiden dat jonge professionals tegenwoordig daadwerkelijk minder waarde hechten aan werk dan eerdere generaties.
Wat we wel kunnen onderzoeken, is hoe de combinatie van werk en gezin in Nederland in de afgelopen decennia is veranderd. Daarover zijn aanzienlijk meer gegevens beschikbaar.
Een belangrijk verschil met twintig of dertig jaar geleden zit in de verdeling van betaald werk en zorgtaken tussen mannen en vrouwen.
CBS beschreef in een onderzoek naar de werk-privébalans van vaders met jonge kinderen hoe sterk die verdeling lange tijd was. Bijna vier op de tien vrouwen gingen na de geboorte van hun eerste kind minder uren werken. Bij mannen gebeurde dat nauwelijks. Vaders bleven rond de veertig uur per week werken, ongeacht de leeftijd van hun kinderen.
De combinatie van werk en gezin werd daarmee voor een belangrijk deel binnen het gezin georganiseerd. Wanneer er kinderen kwamen, paste vooral de moeder haar arbeidsduur aan. Voor werkgevers betekende deze taakverdeling dat het krijgen van kinderen relatief weinig gevolgen hoefde te hebben voor de beschikbaarheid van mannelijke werknemers.
Dat is een relevant gegeven wanneer we de huidige discussie over jonge ouders vergelijken met de situatie van eerdere generaties. De behoefte aan een werkbare combinatie van werk en gezin kan destijds net zo goed hebben bestaan, maar werd op een andere manier georganiseerd.
Nederland ontwikkelde zich daarbij tot een uitgesproken anderhalfverdienersland: de man werkte meestal voltijd en de vrouw in deeltijd.
Dat model bestaat nog steeds. In 2023 werkte in 52,1 procent van de gezinnen met minderjarige kinderen de man voltijd en de partner deeltijd. Tegelijkertijd is het aandeel gezinnen waarin alleen de vader werkt in de afgelopen decennia duidelijk afgenomen.
Dat betekent dat steeds vaker beide partners economisch actief zijn en beiden hun eigen loopbaan hebben. De ruimte om de combinatie van carrière en gezin vrijwel volledig op te lossen door één van beide partners structureel minder te laten werken, wordt daardoor kleiner.
Bovendien veranderen de opvattingen over de verdeling van zorgtaken. Vaders besteden meer tijd aan hun kinderen en maken vaker gebruik van regelingen die arbeid en zorg moeten combineren.
CBS constateerde al in 2019 dat ongeveer de helft van de vaders met een kind van één jaar minimaal een halve dag per week als zogenoemde papadag had. Tegelijkertijd bleven vaders gemiddeld lange werkweken maken.
Ook het gebruik van ouderschapsverlof laat een ontwikkeling zien. In 2017 maakte 11 procent van de werkende vaders met kinderen jonger dan acht jaar daarvan gebruik. Een vrijwel even grote groep wilde wel ouderschapsverlof opnemen, maar deed dat niet.
Financiële redenen en mogelijke gevolgen voor de carrière speelden daarbij een rol.
Inmiddels gebruiken mannen ouderschapsverlof aanzienlijk vaker. CBS meldde in 2026 dat 33 procent van de mannelijke werknemers met kinderen jonger dan acht jaar in 2025 ouderschapsverlof had opgenomen. In 2023 was dat nog 27 procent.
Ook op andere manieren passen vaders hun werk aan. In 2025 was 11 procent van de mannelijke werknemers met jonge kinderen in de voorafgaande twaalf maanden minder uren gaan werken om arbeid en zorg beter te combineren. Meer thuiswerken was onder vaders zelfs de meest voorkomende aanpassing.
De ontwikkeling is daarmee niet dat mannen massaal zijn gestopt met voltijd werken, maar wel dat de combinatie van werk en zorg steeds minder uitsluitend een vraagstuk voor vrouwen is.
Ook hier is enige nuance nodig. De Nederlandse taakverdeling is nog lang niet volledig gelijk. Uit CBS-cijfers blijkt dat 48 procent van de ouders aangeeft dat binnen hun huishouden de man meer uren betaald werkt en de vrouw meer zorgt. Bij nog eens 26 procent werkt de man meer, terwijl de zorg volgens de ouders ongeveer gelijk is verdeeld.
Tegelijkertijd geven veel vaders en moeders aan dat zij de zorg voor hun kinderen het liefst gelijker zouden verdelen.
Daar zit mogelijk een belangrijk deel van de maatschappelijke verandering. Niet alleen de arbeidsparticipatie van vrouwen is toegenomen, ook de verwachtingen ten aanzien van vaders zijn veranderd. Wanneer beide ouders hun carrière willen voortzetten én beiden een substantieel deel van de zorg op zich willen nemen, wordt de beschikbare tijd opnieuw verdeeld.
Dat heeft gevolgen voor werkgevers.
Daarmee wordt de discussie over jonge ouders in de accountancy interessanter dan de constatering dat een nieuwe generatie meer behoefte heeft aan balans.
We beschikken niet over voldoende historische gegevens om vast te stellen dat jonge accountants in 1995, 2005 of 2015 minder behoefte hadden aan een goede werk-privébalans dan jonge accountants in 2026. Een dergelijke conclusie zou verder gaan dan de data toelaten.
Wat we wel kunnen vaststellen, is dat de maatschappelijke omgeving waarin die balans moet worden gevonden behoorlijk is veranderd.
Een jonge accountant die twintig of dertig jaar geleden lange dagen maakte en thuis een partner had die na de geboorte van kinderen minder ging werken, bevond zich in een andere situatie dan een jong gezin waarin beide partners vier of vijf dagen willen blijven werken en de zorgtaken gelijker proberen te verdelen.
Voor accountantskantoren betekent dit dat een deel van de flexibiliteit die vroeger binnen het huishouden werd georganiseerd, tegenwoordig nadrukkelijker onderdeel wordt van de organisatie van het werk.
Dat hoeft niets te zeggen over motivatie of ambitie.
Ook het beeld dat we collectief steeds minder zouden willen werken, vraagt om nuance.
In het tweede kwartaal van 2026 werkte de Nederlandse werkzame beroepsbevolking gemiddeld 31,9 uur per week. Mannen werkten gemiddeld 35,5 uur en vrouwen 27,9 uur. Van de circa 9,85 miljoen werkenden hadden iets meer dan vijf miljoen een voltijdbaan en ongeveer 4,8 miljoen een deeltijdbaan.
Nederland blijft daarmee een bijzonder deeltijdland. Achter die gemiddelden gaan echter grote verschillen schuil tussen mannen en vrouwen, mensen met en zonder kinderen en verschillende levensfasen.
Alleen naar het gemiddelde aantal gewerkte uren kijken zegt daarom weinig over de vraag of jongere generaties een andere arbeidsethos hebben.
De vraag of jonge accountants tegenwoordig meer behoefte hebben aan balans dan hun voorgangers is op basis van de beschikbare gegevens simpelweg niet goed te beantwoorden. Daarvoor zouden we vergelijkbare gegevens over jonge accountants uit verschillende generaties nodig hebben.
De bredere arbeidsdata laten wel een duidelijke ontwikkeling zien. Meer vrouwen zijn actief op de arbeidsmarkt, moeders blijven vaker werken, vaders nemen meer zorgtaken op zich en maken vaker gebruik van ouderschapsverlof. Tegelijkertijd willen veel gezinnen werk en zorg gelijker verdelen.
Daarmee verandert ook de relatie tussen gezin en werkgever.
Waar een deel van de benodigde flexibiliteit vroeger binnen het huishouden werd georganiseerd, wordt tegenwoordig vaker van beide werkgevers verwacht dat zij ruimte bieden om werk en zorg te combineren.
Dat maakt de discussie over werk-privébalans in de accountancy relevant, maar niet noodzakelijk omdat jonge accountants minder zouden willen werken dan eerdere generaties.
De data geven vooral aanleiding om voorzichtig te zijn met een generatieverklaring. Niet alleen de werknemer is veranderd; vooral de maatschappelijke organisatie van werk, carrière en zorg is in beweging.
CBS:
CBS StatLine, Werkzame beroepsbevolking; arbeidsduur, tweede kwartaal 2026.
Accountant.nl, Jonge ouders in accountancy hebben behoefte aan betere balans, september 2026.