Je kent het wel. Je komt thuis van een heerlijke vakantie. De koffers staan nog in de gang, de kinderen lopen met zonnehoedjes door het huis en in de koelkast ligt nog een vergeten fles rosé uit Frankrijk. En dan ploft hij op de mat: een envelop uit het buitenland.
Bij wie is het inmiddelsook traditie?. Elk jaar krijg je post uit Duitsland, België en Frankrijk. Soms één, soms drie, maar altijd verpest het net even dat fijne ‘vakantiegevoel’. Ja toch?
Sinds 2015 is het voor EU-landen een koud kunstje om verkeersboetes grensoverschrijdend te innen. Via het kentekenregister van de RDW halen landen moeiteloos je adres op. En waar vroeger een buitenlandse boete vaak in een la verdween, zorgt het Cross Border Enforcement-systeem er nu voor dat je gewoon betaalt – of je dat nou wilt of niet.
Volgens onderzoek van WODC/Dialogic betalen Nederlanders gemiddeld 83% van de buitenlandse boetes. Bij boetes uit België, Frankrijk, Luxemburg en Duitsland ligt dat zelfs tussen de 85 en 95%. We zijn dus keurige betalers – of bange?
Figuur 1: Betaalpercentage van Nederlanders bij buitenlandse boetes.
Er is geen officiële top-10, maar de data en mijn brievenbus liegen niet:
– België, Frankrijk, Duitsland en Luxemburg zijn de meest actieve incasseerders.
– Deze landen hebben niet alleen strenge verkeersregels, maar ook een efficiënte samenwerking met het Nederlandse CJIB.
– Frankrijk spant de kroon qua boetebedragen: rijden met te veel alcohol kan je daar meer dan €4.500 kosten.
Figuur 2: Gemiddeld boetebedrag per land (indicatief).
Een buitenlandse boete voelt oneerlijker dan een Nederlandse. Misschien omdat de regels net even anders zijn, borden onduidelijk of omdat je in vakantietempo rijdt. Toch maakt de Europese wet weinig ruimte voor coulance: ben je geflitst, dan krijg je de rekening.
Boetes zijn niet alleen een middel om de verkeersveiligheid te verbeteren, maar vormen in sommige landen ook een aanzienlijke inkomstenbron. Reken maar mee: stel dat 100.000 Nederlandse vakantiegangers per jaar een boete krijgen in Frankrijk en gemiddeld €150 betalen. Dat is €15 miljoen – alleen al van Nederlanders.
In grensgebieden zie je soms strategisch geplaatste flitspalen: net na de grensovergang, bijvoorbeeld op de E19 in België of de A3 in Duitsland. Officieel om de veiligheid te vergroten, maar het levert ook gewoon veel geld op.
Niet verrassend, maar wel confronterend: de meeste boetes vallen in de zomervakantie. Juli en augustus zijn piekmaanden, wat duidelijk te zien is als je het seizoenspatroon bekijkt. Na de vakantie volgt de ‘boeteregen’ op de deurmat.
Figuur 3: Seizoenspatroon buitenlandse boetes voor Nederlanders (indicatief).
Het zou mooi zijn als er meer transparantie komt over welke landen het meest innen, hoeveel geld er jaarlijks over de grens gaat en hoe dat besteed wordt. Tot die tijd moet ik het doen met mijn jaarlijkse souvenir uit het buitenland: geen sleutelhanger of ansichtkaart, maar een gepeperde boete.
💡 Datavraag voor TheDataConnection-lezers:
Welke landen sturen jou het vaakst een boete? En zie jij dat terug in je rijgedrag, of hoort het er gewoon bij?