We hebben nu AI-tips nodig om niet dommer te worden. Wat is hier misgegaan?

Afgelopen week kwam ik een nieuwsbrief tegen met een titel die mijn aandacht onmiddellijk trok. De auteur gaf een aantal praktische tips om te voorkomen dat generatieve AI ons dommer maakt.

Op zichzelf waren het prima adviezen. Blijf zelf nadenken, controleer informatie, gebruik AI als hulpmiddel en niet als vervanging van je eigen oordeel. Er was weinig mis met de inhoud. Toch bleef ik na het lezen met een ongemakkelijk gevoel achter. Niet vanwege de tips zelf, maar vanwege het feit dat dergelijke tips tegenwoordig blijkbaar nodig zijn.

AI als belofte van productiviteitswinst

Nog geen twee jaar geleden werd generatieve AI gepresenteerd als de grootste productiviteitsrevolutie sinds de introductie van internet. Kenniswerkers zouden efficiënter worden, organisaties zouden slimmer gaan werken en routinematig denkwerk zou grotendeels geautomatiseerd kunnen worden.

De boodschap was helder: AI zou ons helpen beter te presteren.

En nu verschijnen er nieuwsbrieven die uitleggen hoe we kunnen voorkomen dat diezelfde technologie ons minder laat nadenken. Dat is toch een opmerkelijke ontwikkeling.

Wanneer een nieuwe technologie wordt geïntroduceerd, verwachten we normaal gesproken dat zij onze mogelijkheden vergroot. We verwachten handleidingen die uitleggen hoe we meer uit de technologie kunnen halen, niet hoe we de negatieve effecten ervan kunnen beperken. Niemand heeft ooit een cursus gevolgd met de titel “Hoe voorkomt u dat Excel uw rekenvaardigheid aantast?” of “Tien tips om niet afhankelijk te worden van uw tekstverwerker.” Natuurlijk hebben dergelijke effecten bestaan, maar ze stonden nooit centraal in de discussie.

Bij AI lijkt dat anders te liggen.

Van hulpmiddel naar cognitieve ondersteuning

Misschien komt dat doordat generatieve AI voor het eerst niet alleen fysieke arbeid of routinematige administratieve werkzaamheden ondersteunt, maar ook een deel van het denkproces zelf. Waar eerdere technologieën vooral spieren vervingen, ondersteunt AI steeds vaker cognitieve taken. Het schrijft teksten, vat documenten samen, genereert analyses, bedenkt argumenten en produceert complete eerste versies van rapporten, presentaties en beleidsstukken.

Dat is indrukwekkend.

Maar precies daar ontstaat ook de spanning. Want wanneer een technologie steeds beter wordt in taken die voorheen door mensen werden uitgevoerd, ontstaat automatisch de verleiding om die taken minder vaak zelf uit te voeren. Waarom zou je nog zelf een eerste opzet schrijven wanneer een taalmodel binnen enkele seconden een redelijke versie produceert? Waarom zou je uren besteden aan het structureren van een complexe analyse wanneer AI alvast een voorstel kan doen? Waarom zou je zelf zoeken, vergelijken en formuleren wanneer de antwoorden direct beschikbaar lijken?

Dat zijn geen irrationele keuzes. Integendeel. Dat is precies waar de technologie voor bedoeld is.

Efficiëntie versus afhankelijkheid

Toch mogen we ons afvragen of er ergens een omslagpunt bestaat waarop efficiëntie ongemerkt verandert in afhankelijkheid. Misschien is dat wel de echte vraag achter al die nieuwsbrieven en lijstjes met AI-tips.

Niet hoe we AI moeten gebruiken, maar hoe we voorkomen dat we essentiële vaardigheden uit handen geven. Tegelijkertijd moeten we oppassen voor overdreven doemdenken.

De geschiedenis laat zien dat vrijwel iedere technologische doorbraak menselijke vaardigheden heeft veranderd. Vrijwel niemand kent nog tientallen telefoonnummers uit het hoofd. Vrijwel niemand gebruikt nog een papieren wegenkaart. Hoofdrekenen heeft in het dagelijks leven veel van zijn vroegere betekenis verloren. Toch zijn we als samenleving niet collectief dommer geworden. We zijn simpelweg andere dingen gaan doen met de tijd en mentale capaciteit die vrijkwam.

Dat kan bij AI net zo goed gebeuren.

Misschien besteden accountants straks minder tijd aan het schrijven van memo’s en meer tijd aan professioneel oordeel. Misschien besteden juristen minder tijd aan het opstellen van standaarddocumenten en meer tijd aan complexe afwegingen. Misschien besteden controllers minder tijd aan rapportages en meer tijd aan analyse en besluitvorming.

Dat is het optimistische scenario.

Maar daar zit wel een belangrijke voorwaarde aan vast. We moeten dan daadwerkelijk kunnen aantonen dat die vrijgekomen tijd wordt besteed aan activiteiten met meer toegevoegde waarde.

De echte vraag achter AI-adoptie

En juist daar begint mijn nieuwsgierigheid als accountant.

Want in vrijwel iedere AI-discussie wordt gesproken over gebruik, adoptie en mogelijkheden. We meten hoeveel medewerkers AI gebruiken. We meten hoeveel prompts worden ingevoerd. We meten hoeveel licenties zijn verkocht. We meten hoeveel organisaties een AI-strategie hebben opgesteld.

Maar opvallend weinig organisaties meten of de kwaliteit van het werk daadwerkelijk verbetert.

  • Worden besluiten beter genomen?
  • Worden analyses scherper?
  • Worden risico’s eerder gesignaleerd?
  • Worden klanten beter geholpen?
  • Worden accountants productiever zonder dat de kwaliteit van hun oordeel afneemt?

Dat zijn uiteindelijk de vragen die ertoe doen. Misschien is dat wel de grootste paradox van het huidige AI-tijdperk. Terwijl leveranciers, consultants en technologiebedrijven vooral benadrukken hoe slim de systemen worden, verschijnen tegelijkertijd steeds meer artikelen die uitleggen hoe gebruikers moeten voorkomen dat zij zelf minder scherp worden.

Dat is tegelijkertijd grappig en verontrustend.

Grappig omdat het bijna klinkt als een satire op de technologische vooruitgang. Verontrustend omdat er mogelijk een kern van waarheid achter schuilgaat.

Misschien is er overigens helemaal niets misgegaan. Misschien maken we simpelweg mee wat bij iedere grote technologische verandering gebeurt. Nieuwe mogelijkheden creëren nieuwe risico’s. Nieuwe efficiëntie creëert nieuwe afhankelijkheden. Nieuwe hulpmiddelen veranderen bestaande vaardigheden.

De echte uitdaging is daarom waarschijnlijk niet om AI tegen te houden, maar om bewust te blijven nadenken over welke menselijke eigenschappen we willen behouden.

Voor beroepen als accountant, auditor, controller, jurist en bestuurder gaat het dan niet om het vermogen om snel een tekst te schrijven. Het gaat om professioneel-kritisch denken, oordeelsvorming, nieuwsgierigheid, creativiteit, scepsis en het vermogen om een conclusie ter discussie te stellen wanneer dat nodig is.

Dat zijn precies de eigenschappen die geen enkele prompt kan vervangen. En misschien is dat uiteindelijk de meest interessante observatie van allemaal. Niet dat er inmiddels AI-tips bestaan om te voorkomen dat we dommer worden, maar dat het bestaan van die tips ons eraan herinnert welke menselijke vaardigheden we kennelijk zo belangrijk vinden dat we ze niet kwijt willen raken.

Dat lijkt mij een veel interessantere discussie dan de zoveelste vergelijking tussen AI-tools of de zoveelste lijst met prompttechnieken. Want de meest opmerkelijke AI-ontwikkeling van dit moment is misschien niet dat de technologie steeds slimmer wordt. Misschien is het wel dat wij inmiddels handleidingen nodig hebben om ervoor te zorgen dat wij dat zelf ook blijven.

Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Commentaren