Hoe bepaal je de werkelijke waarde van een sport? Bij discussies over vrouwenhockey gaat het vaak over gelijkwaardigheid, sponsoring en kansen. Veel minder aandacht is er voor een fundamentelere vraag: hoe kunnen we de maatschappelijke waarde meten die sporters, teams en verenigingen creëren?
Juist in een tijd waarin prestaties tot op detailniveau worden geregistreerd, blijkt het opvallend lastig om inzichtelijk te maken welke maatschappelijke en organisatorische impact sport daadwerkelijk heeft. Dat roept vragen op die niet alleen relevant zijn voor de hockeywereld, maar voor iedere organisatie die datagedreven wil sturen.
Afgelopen week verscheen in NRC een interessant artikel over het onderzoek dat voormalig international en Hurley-aanvoerder Lex Tump uitvoerde naar de positie van vrouwen binnen de hockeywereld. Zijn onderzoek richtte zich op de waardering van vrouwen binnen verenigingen, de verdeling van aandacht en invloed, en de wijze waarop vrouwelijke hockeyers hun positie binnen de sport ervaren. Zoals vaak gebeurt wanneer dergelijke onderwerpen worden aangesneden, ontstond vrijwel direct een brede discussie over gelijkwaardigheid, kansen, sponsoring, cultuur en bestuur.
Toch bleef ik na het lezen van het artikel niet zozeer hangen bij de verschillende standpunten die vervolgens over elkaar heen buitelden. Wat mij vooral opviel, was dat een discussie over waardering vrijwel onmiddellijk terechtkomt in een debat over gevoelens, ervaringen, overtuigingen en meningen, terwijl er opvallend weinig aandacht lijkt te zijn voor een veel fundamentelere vraag. Als wij werkelijk willen begrijpen hoe vrouwenhockey ervoor staat, waarom weten we dan eigenlijk niet hoeveel vrouwenhockey waard is?
Dat is geen provocerende vraag en evenmin een poging om sport uitsluitend door een financiële bril te bekijken. Integendeel. Juist omdat sport zoveel meer vertegenwoordigt dan geld alleen, zou je verwachten dat we beter inzicht hebben in de verschillende vormen van waarde die een sport, een team of een individuele speelster creëert. Opmerkelijk genoeg blijkt dat inzicht veel minder vanzelfsprekend dan je op basis van alle beschikbare technologie zou verwachten.
Wanneer we kijken naar de ontwikkeling van topsport in de afgelopen twintig jaar, dan zien we een bijna explosieve groei van data. Wedstrijden worden geregistreerd vanuit meerdere camerahoeken. Prestatieanalisten beschikken over gedetailleerde informatie over looplijnen, versnellingen, balcontacten, passnauwkeurigheid en fysieke belasting. Coaches hebben tegenwoordig toegang tot dashboards waarvan hun voorgangers aan het begin van deze eeuw slechts konden dromen. Wetenschappelijk onderzoek laat zien hoe geavanceerd sportanalyse inmiddels is geworden en hoe intensief data wordt ingezet om prestaties te begrijpen en te verbeteren.
Juist daarom valt het op dat dezelfde sportwereld vaak nauwelijks in staat lijkt om inzichtelijk te maken welke maatschappelijke, economische en organisatorische waarde haar sporters daadwerkelijk vertegenwoordigen. We kunnen nauwkeurig vaststellen hoeveel meter een speelster heeft afgelegd tijdens een wedstrijd, hoeveel succesvolle passes zij heeft gegeven en welke invloed zij had op het verloop van een aanval, maar zodra de vraag wordt gesteld welke bijdrage zij levert aan de aantrekkingskracht van haar vereniging, de groei van het ledenbestand, de sponsorwaarde van een club of de zichtbaarheid van de sport als geheel, wordt het beeld plotseling veel minder scherp.
Dat is ook geen mysterie. Het laat vooral zien dat wij jarenlang hebben geïnvesteerd in het meten van prestaties, terwijl wij veel minder aandacht hebben besteed aan het meten van impact.
Wanneer mensen nadenken over de economische waarde van sport, wordt vaak direct gekeken naar sponsorinkomsten, mediarechten, kaartverkoop of contributieopbrengsten. Dat zijn zonder twijfel belangrijke indicatoren, maar zij vertellen slechts een deel van het verhaal.
Een succesvol vrouwenteam vertegenwoordigt namelijk ook een waarde die veel moeilijker zichtbaar wordt in een financiële administratie. Jonge meisjes die besluiten om te gaan hockeyen omdat zij zich herkennen in speelsters van het eerste team, verschijnen niet als afzonderlijke regel in een jaarrekening. Ouders die zich als vrijwilliger inzetten voor een vereniging vanwege de positieve cultuur rondom een vrouwenteam worden nergens geregistreerd als opbrengst. Sponsors die zich verbinden aan een vereniging omdat zij zich herkennen in de maatschappelijke uitstraling van de club boeken hun motivatie niet afzonderlijk in een grootboekrekening.
Toch zijn juist dit soort effecten vaak bepalend voor de langetermijnontwikkeling van een vereniging.
Iedere bestuurder van een sportclub weet dat ledengroei, vrijwilligersbetrokkenheid, maatschappelijke zichtbaarheid en aantrekkingskracht op sponsoren uiteindelijk minstens zo belangrijk zijn als de directe inkomsten van vandaag. De vraag is alleen waarom we die effecten zo zelden systematisch meten.
Wat deze discussie bijzonder interessant maakt, is dat zij niet alleen over hockey gaat. Hetzelfde patroon zien we namelijk terug in het bedrijfsleven, de overheid, het onderwijs en de zorg. Zodra onderwerpen als gelijkheid, kansen, waardering of representatie ter sprake komen, ontstaan vaak levendige discussies waarin iedereen beschikt over voorbeelden, ervaringen en overtuigingen. Veel minder vaak beschikken partijen over een breed en gedeeld feitenkader waarop die discussie kan worden gebaseerd.
Dat is jammer, omdat goede data niet bedoeld is om menselijke ervaringen te vervangen, maar juist om ze beter te begrijpen.
Wanneer speelsters aangeven dat zij zich minder gewaardeerd voelen, ontstaat een interessante onderzoeksvraag. Wanneer bestuurders aangeven dat investeringen gelijk verdeeld zijn, ontstaat eveneens een onderzoeksvraag. Wanneer sponsoren zeggen dat commerciële opbrengsten verschillen tussen mannen- en vrouwenteams, dan is ook dat een onderzoeksvraag.
De kracht van data is niet dat zij direct antwoord geeft op dergelijke vraagstukken, maar dat zij helpt om voorbij aannames te kijken en zichtbaar te maken welke patronen zich daadwerkelijk voordoen.
Misschien wordt het tijd dat sportbonden, verenigingen en sponsoren gezamenlijk gaan nadenken over een bredere manier van meten. Niet omdat iedere maatschappelijke discussie moet worden teruggebracht tot cijfers, maar omdat het moeilijk is om ergens gericht op te sturen wanneer niemand precies weet hoe de huidige situatie eruitziet.
Stel je voor dat de hockeywereld jaarlijks inzicht zou geven in sponsorinkomsten, ledenontwikkeling, media-aandacht, doorstroom van talent, vertegenwoordiging binnen besturen, opleidingsbudgetten, faciliteiten en maatschappelijke impact, uitgesplitst naar mannen- en vrouwenteams. Niet met als doel om een winnaar of verliezer aan te wijzen, maar om beter te begrijpen hoe waarde binnen de sport ontstaat en hoe die waarde zich ontwikkelt.
Het resultaat zou waarschijnlijk verrassend zijn. Sommige aannames zouden worden bevestigd. Andere aannames zouden wellicht volledig worden ontkracht. Maar bovenal zou de discussie verschuiven van een debat over vermoedens naar een gesprek over feiten.
Het meest opvallende aan deze hele discussie is misschien wel dat de benodigde gegevens waarschijnlijk grotendeels al beschikbaar zijn. Verenigingen beschikken over ledenadministraties. Bonden beschikken over competitiedata. Sponsors meten bereik en zichtbaarheid. Digitale platforms registreren bezoekers, interacties en betrokkenheid. De uitdaging lijkt daarom niet zozeer te liggen in het verzamelen van nieuwe informatie, maar veel meer in het verbinden van bestaande gegevensbronnen en het vertalen daarvan naar bruikbare inzichten.
Dat patroon herkennen we overigens uit vrijwel iedere sector waarin digitalisering een belangrijke rol speelt. Data op zichzelf creëert zelden waarde. Waarde ontstaat pas wanneer organisaties erin slagen om gegevens te combineren, te interpreteren en teHoe gebruiken als basis voor betere besluitvorming. Ik denk dat dit uiteindelijk wel de belangrijkste les is die uit deze discussie kan worden getrokken.
Niet dat vrouwenhockey wordt ondergewaardeerd of dat mannenhockey wordt overgewaardeerd, maar dat wij in een tijd waarin vrijwel alles meetbaar is geworden verrassend weinig zicht lijken te hebben op de werkelijke waarde die sport creëert voor verenigingen, sporters en samenleving.
En misschien is dat wel de meest interessante vraag van allemaal. Niet of vrouwen en mannen exact gelijk worden behandeld, niet of bepaalde clubs het beter doen dan andere, maar of wij bereid zijn om eindelijk inzichtelijk te maken welke waarde sport daadwerkelijk vertegenwoordigt. Want zolang we die vraag niet kunnen beantwoorden, blijven veel discussies hangen in aannames, terwijl de data mogelijk al jaren ergens op een server staat te wachten om geanalyseerd te worden.