Strategische autonomie staat hoog op de Europese agenda. De discussie gaat vaak over energie, productie, defensie en internationale handel. Minstens zo belangrijk is echter de vraag welke rol data speelt binnen die ontwikkeling. Want zonder inzicht in waardeketens, logistieke netwerken en informatiestromen blijft strategische autonomie moeilijk realiseerbaar.
In dit artikel onderzoeken we waarom data niet langer slechts ondersteunend is aan de economie, maar steeds vaker onderdeel vormt van de strategische infrastructuur waarop Europa zijn concurrentiekracht bouwt.
Afgelopen weekend las ik in het FD een open brief aan minister-president Rob Jetten van de voorzitters van de Turks-Europese bedrijfsraden. De boodschap was helder. Europa moet zijn relatie met Turkije opnieuw beoordelen en de economische samenwerking intensiveren, omdat de geopolitieke en economische verhoudingen in de wereld fundamenteel veranderen.
Op het eerste gezicht lijkt dit een klassiek geopolitiek dossier. Het gaat over de positie van Turkije ten opzichte van de Europese Unie, over handel, investeringen en de vraag hoe Europa zijn concurrentiekracht kan versterken in een wereld die steeds instabieler wordt. Maar tijdens het lezen drong zich een andere gedachte op. Misschien gaat deze discussie uiteindelijk over iets dat veel fundamenteler is dan geopolitiek alleen. Misschien gaat deze discussie over de vraag hoe Europa zijn economische toekomst organiseert in een wereld waarin data de nieuwe strategische infrastructuur is geworden.
De afgelopen decennia heeft Europa zijn welvaart gebouwd op open grenzen, vrijhandel en internationale waardeketens. Bedrijven produceerden waar de kosten het laagst waren, logistieke netwerken werden steeds internationaler en de Europese economie profiteerde van een steeds verdergaande globalisering. Die wereld begint echter te veranderen. De coronapandemie, de oorlog in Oekraïne, de spanningen tussen de Verenigde Staten en China, de spanning in het Midden-Oosten en de groeiende aandacht voor economische veiligheid hebben één ding duidelijk gemaakt: afhankelijkheden die jarenlang efficiënt leken, blijken in tijden van crisis ook kwetsbaarheden te zijn.
Daarom staat strategische autonomie tegenwoordig zo hoog op de Europese agenda. Europa wil minder afhankelijk zijn van anderen op het gebied van energie, grondstoffen, technologie en defensie. Maar in vrijwel iedere discussie over strategische autonomie ontbreekt één essentieel element. We spreken veel over fabrieken, havens, energiecorridors en productiecapaciteit, maar veel minder over de data die deze economische systemen met elkaar verbindt.
Dat is opmerkelijk, omdat de economie van de eenentwintigste eeuw in toenemende mate draait om informatie. Wie zijn waardeketens niet kan zien, kan ze niet beheersen.
Wie geen inzicht heeft in de herkomst van grondstoffen, de afhankelijkheid van leveranciers of de risico’s in logistieke netwerken, kan nauwelijks sturen wanneer de omstandigheden veranderen. En wie geen toegang heeft tot betrouwbare en actuele data, verliest uiteindelijk het vermogen om tijdig en goed geïnformeerde beslissingen te nemen.
Data is daarmee veel meer geworden dan een hulpmiddel voor rapportages of dashboards. Data is een strategische productiefactor geworden. Misschien zelfs een van de belangrijkste productiefactoren van deze eeuw.
In dat licht krijgt de discussie over Turkije een heel andere betekenis.
Turkije ligt op het kruispunt van Europa, Azië en het Midden-Oosten en vervult een steeds belangrijkere rol in logistiek, energie en productie. Voor veel Europese bedrijven die hun afhankelijkheid van Azië willen verminderen, is Turkije niet alleen een interessante handelspartner, maar ook een potentieel ankerpunt voor nieuwe waardeketens.
Productie die voorheen aan de andere kant van de wereld plaatsvond, verschuift langzaam richting de randen van Europa. Nieuwe logistieke corridors ontstaan en bestaande economische relaties worden opnieuw ingericht. Maar in de moderne economie verplaatsen niet alleen goederen zich over grenzen.
Data reist mee.
Iedere container, iedere bestelling, iedere energiestroom en iedere financiële transactie creëert een nieuwe datastroom. Productieketens worden digitale ketens. Logistieke netwerken worden informatiesystemen. Economische samenwerking is daardoor steeds minder een vraagstuk van fysieke infrastructuur en steeds meer een vraagstuk van data-infrastructuur.
Juist daar ligt misschien wel de grootste uitdaging voor Europa. Europa beschikt over een enorme industriële basis, uitstekende universiteiten, sterke bedrijven en hoogopgeleide professionals. Toch heeft Europa moeite om data op schaal te organiseren en te verbinden. In veel sectoren bestaan nog altijd verschillende standaarden, gefragmenteerde systemen en beperkte uitwisseling van informatie.
Bedrijven opereren internationaal, terwijl de onderliggende datahuishouding vaak nog nationaal is georganiseerd. Dat maakt Europa kwetsbaar.
De Verenigde Staten beschikken over de grootste technologieplatformen en hyperscalers. China combineert schaal, centrale regie en enorme hoeveelheden data. Europa daarentegen heeft veel kennis en innovatiekracht, maar slaagt er nog onvoldoende in om die kracht te bundelen in een geïntegreerd digitaal ecosysteem.
De vraag die uit de open brief aan minister-president Jetten naar voren komt, is daarom misschien veel groter dan de relatie tussen de Europese Unie en Turkije. De echte vraag is of Europa erin slaagt om nieuwe economische netwerken te bouwen die niet alleen bestaan uit wegen, havens, pijpleidingen en fabrieken, maar ook uit gedeelde data, transparante informatiestromen en gezamenlijk inzicht.
Misschien worden de belangrijkste Europese corridors van de komende decennia niet langer getekend op geografische kaarten, maar op digitale kaarten. Misschien worden de winnaars van de nieuwe wereldeconomie niet de landen met de grootste bevolking of de laagste kosten, maar de regio’s die erin slagen om data, logistiek, talent en technologie het beste met elkaar te verbinden. En misschien gaat de discussie over Brussel en Istanbul uiteindelijk over een veel fundamentelere vraag.
“Hoe bouw je een economisch weerbaar Europa in een wereld waarin concurrentiekracht steeds minder wordt bepaald door toegang tot kapitaal en steeds meer door toegang tot data en het vermogen om die data om te zetten in inzicht?”
Want strategische autonomie begint uiteindelijk niet bij grenzen, verdragen of handelsakkoorden.
Strategische autonomie begint bij het vermogen om te begrijpen hoe onze economie werkelijk functioneert.
En dat vermogen begint, meer dan ooit, bij data.
Bron: Open brief aan minister-president Rob Jetten van de voorzitters van de Turks-Europese bedrijfsraden, gepubliceerd in Het Financieele Dagblad, 27 juni 2026.