Past Forward – Schijnbaar Wijs, Maar Niet Werkelijk

De geschiedenis herhaalt zich. Misschien niet letterlijk, maar hij rijmt wel. Nieuwe technologie brengt verwondering, hoop en vrees met zich mee. Van Plato die zich zorgen maakte over de invloed van schrift, tot mensen die dodelijke ziektes hoopten te genezen met dubieuze medicijnen – steeds weer zoeken mensen houvast in het onbekende.

Vandaag belooft kunstmatige intelligentie onze wereld te veranderen. Maar supersnelle technologische ontwikkelingen roepen ook vragen op die verrassend vertrouwd klinken. In deze serie kijken we in historische spiegels, en we bekijken patronen van menselijk gedrag die telkens terugkeren. Wat leren ze ons over de uitdagingen van nu? En belangrijker nog: hoe zorgen we dat we niet in dezelfde fouten vervallen?

Schijnbaar wijs, maar niet werkelijk – hoe gemak ons geheugen en kritisch denken uitholt

Zo’n 2400 jaar geleden zag Plato met lede ogen aan hoe de groeiende populariteit van het schrift de mondelinge traditie verdrong. Dit beschreef hij in Phaedrus, een dialoog tussen zijn leraar Socrates en de jonge Atheense intellectueel Phaedrus. Het gesprek begint luchtig, maar eindigt het bij hele fundamentele vragen: wat is kennis eigenlijk? Hoe werkt overtuiging? Hoe werkt het geheugen? En wat is de invloed van het schrift daarop?

In het laatste deel van deze dialoog vertelt Socrates de Egyptische mythe van de god Theuth en koning Thamus. Theuth heeft het schrift uitgevonden. Hij presenteert dit aan koning Thamus als een grote zegen: mensen zullen meer kennis krijgen en beter hun geheugen kunnen gebruiken. Maar Koning Thamus is sceptisch: ‘Gij hebt dus niet een middel tot herinneren gevonden, maar tot onthouden,’ zegt hij, daarbij onderscheid makend tussen levend geheugen (mnéme) en geheugensteuntjes (hypomnēsis).

Plato vreesde dat mensen zo hun geheugen zouden laten verslappen, en dat de diepgang in menselijke connectie gaandeweg zou verdwijnen. Levende dialoog vervangen door dood tekenwerk. Je kunt immers niet discussiëren met geschreven tekst, die zichzelf niet kan verdedigen en zichzelf eeuwig blijft herhalen. Hij voorzag dat we het converseren en redeneren zouden verleren en dat we zouden vergeten hoe je kennis eigen maakt. Mensen die dankbaar gebruik maakten van schrift zag hij als ‘nepwijs’ – hoe slim kun je nu helemaal zijn als je alles wel opschrijft, maar helemaal geen kennis meer paraat hebt?

Anno 2025 speelt dit opnieuw. Experts maken zich grote zorgen over de blijvende impact van de groeiende populariteit van AI op ons brein. Ze bezigen alarmerende termen als digital amnesia en skill atrophy, en waarschuwen voor de effecten van cognitive offloading; waar schrift in plaats kwam van geheugen, laten wij nu het ‘denkwerk’ over aan taalmodellen. En uit onderzoeken blijkt nu al dat die afhankelijkheid van LLM’s funest is voor ons kritisch denkvermogen.

Met digital amnesia wordt bedoeld dat we steeds meer afhankelijk zijn van technologie om zaken voor ons te onthouden. Vroeger onthielden we telefoonnummers, tegenwoordig bewaren we die in het geheugen van onze smartphones. Skill atrophy houdt in dat vaardigheden afstompen, omdat we ze consequent door technologie laten uitvoeren. Wie altijd de navigatie-app gebruikt, verliest gevoel voor kaartlezen en oriëntatie. En wie zijn teksten door een LLM laat structureren, oefent minder in redeneren en argumenteren. Het is snel en makkelijk, maar tast ondertussen wel ons kritisch denkvermogen aan.

Dit waren de eerste, voorlopige resultaten bij een experiment van het MIT Media Lab (Time, 2025; New York Post, 2025), waarin drie groepen studenten werd gevraagd essays te schrijven. Eén groep deed dit zonder hulp, een tweede groep mocht Google gebruiken, de derde schreef met behulp van ChatGPT. Uit het onderzoek bleek dat de studenten die ChatGPT gebruikten voor hun essays veel minder geheugenactiviteit vertoonden dan de studenten die het met Google of hun eigen brein moesten doen. Ze produceerden wel mooie vloeiende teksten, maar die misten diepgang en creativiteit. Omdat zij zowel de schrijf- als denkprocessen konden uitbesteden, trainden deze studenten minder hun eigen cognitieve vermogens. Zelf brainstormen was niet meer nodig, connecties leggen tussen bronnen deed de LLM voor ze.

In het rapport AI Overdependence in Education: Examining Its Harmful Effects on Student Learning and Critical Thinking halen Ishika Suresh & Vrittee Parikh verdere onderzoeken aan die dit onderstrepen: studenten die veelvuldig gebruik maakten van LLM’s voor hun leerprocessen, toonden minder cognitieve betrokkenheid, verloren creativiteit en hadden meer moeite met complexe probleemoplossing. Vooral complexe denkstappen zoals analyseren, evalueren en creëren leden hieronder: dit bleken aantrekkelijke opdrachten om over te laten aan een LLM.

In een experimentele studie met 117 Chinese studenten, gepubliceerd in het British Journal of Educational Technology (Zhai, Wibowo & Li, 2024), werd dit duidelijk zichtbaar. Ook hier werd weer aan studenten gevraagd om essays te schrijven, maar was er ook een groep die gebruik mocht maken van een schrijfcoach. De studenten die ChatGPT mochten gebruiken, leverden de meest verzorgde essays in, zelfs beter dan de groep die ondersteuning kreeg van de coach. Maar het was ook juist die groep die nauwelijks iets had geleerd. De teksten die ze hadden geproduceerd, begrepen ze zelf eigenlijk niet. AI-gebruik stimuleert op deze manier een passieve vorm van informatieconsumptie. Het echte doorgronden blijft uit beeld.

ChatGPT zorgde dus voor betere eindresultaten, maar ook voor oppervlakkige verwerking van de kennis. En niet alleen het leervermogen zélf, maar ook de motivatie tot leren krijgt het steeds zwaarder te verduren. Want als het zo eenvoudig is om een goed eindproduct te realiseren, waarom dan nog de moeite doen om zelf in de materie duiken? De cognitieve inspanning van studenten keldert, betrokkenheid bij het leerproces vermindert, de binding met informatie verdwijnt. En de neiging om steeds méér denkwerk uit te besteden groeit.

Maar het is niet alleen kommer en kwel. Hoewel veel studies waarschuwen voor afhankelijkheid en een afname van kritisch denken, wijzen onderzoekers er ook op dat AI, mits juist gebruikt, zou kunnen bijdragen aan cognitieve groei. Wanneer taalmodellen worden gebruikt als sparringpartner in plaats van als essaymachine, kunnen ze nieuwe perspectieven aandragen en de gebruiker juist uitdagen tot discussie en verdieping. Uit onderzoeken blijkt dat studenten die AI-output actief bevragen of corrigeren, juist hun metacognitieve vaardigheden oefenen, door te reflecteren op redeneringen, bronnen te controleren en argumenten aan te scherpen (Mazari, 2025; Kumar et al., 2024). Bovendien laat onderzoek zien dat AI mogelijkheden biedt voor meer gepersonaliseerde, flexibele en inclusieve leermethoden (Suresh & Parikh, 2025; Nature, 2025).

Plato’s scepsis tegenover schrift betekende niet dat hij het volledig afwees. Dat zou ook hypocriet zijn: hij schreef zelf tenslotte tientallen dialogen op, en wij lezen die nog steeds. Hij was zich ervan bewust dat schrift kennis overdraagbaar en duurzaam maakt. Toch bleek zijn waarschuwing niet ongegrond. Mondelinge tradities, zoals de epische gedichten van Homerus die generaties lang uit het hoofd werden geleerd en gereciteerd, raakten langzaam naar de achtergrond, net als retorische oefening. In Phaedrus plaagt Socrates de jonge intellectueel omdat hij de rede van Lysias, die hij die ochtend voor het eerst hoorde, nog niet uit zijn hoofd kent en een schriftelijk geheugensteuntje nodig heeft. Het schrift vergrootte het bereik van kennis, maar maakte geheugen en retorische oefening minder noodzakelijk. Plato had dus gelijk en ongelijk: schrift maakte ons niet dommer, maar veranderde de manier waarop wij met onze kennis omgaan.

De overgang van mondelinge naar schriftelijke cultuur uit zich op verschillende manieren. In de klassieke oudheid ging het vermogen om complete epen uit het hoofd te leren verloren, maar tegelijkertijd bloeide er een schriftelijke traditie op van filosofie, wetenschap en recht. Middeleeuwse kopiisten werkten onvermoeibaar aan het vullen van bibliotheken die het geheugen van Europa vormden, maar volksverhalen verdwenen steeds meer naar de achtergrond. En ook later, bij de opkomst van de drukpers, klonken opnieuw vergelijkbare zorgen: zou overvloed aan boeken het nadenken verarmen?

Zo keert Plato’s waarschuwing steeds weer terug. Dankzij nieuwe hulpmiddelen hebben we een wereld aan kennis in onze broekzak, maar het echte denkwerk dreigt af te stompen. Waar Plato sprak over de schijn van wijsheid in geschreven woorden, zien wij diezelfde schijn in de gepolijste zinnen van taalmodellen. Het schrift op zich maakte ons niet dom, maar het veranderde wél hoe wij dachten en leerden. Tegelijkertijd opende het deuren naar nieuwe mogelijkheden. Met AI is dat niet anders. ChatGPT hoeft ons niet dom te maken, als wij hier zelf voor blijven waken. Maar die verantwoordelijkheid ligt bij ons: laten we ons paaien door de gladde buitenkant van schijnkennis, of luisteren we naar Plato, en kiezen we het ongemakkelijke pad naar échte wijsheid?

 

Bronnen

 

Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Commentaren
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties