Iedereen kan ineens schrijven. Maar heeft iedereen ook iets te zeggen?

Generatieve AI heeft de drempel om een goed leesbare tekst te produceren drastisch verlaagd. Een rommelige notitie kan binnen enkele minuten een helder verhaal worden en ook wie moeite heeft met formuleren, beschikt inmiddels over een digitale schrijver die altijd beschikbaar is.

Daarmee verandert ook de waarde van schrijven met AI. Wanneer vrijwel iedereen een keurige blog, analyse of LinkedIn-post kan produceren, wordt formuleren minder onderscheidend. De interessante vraag verschuift naar wat er vóór het schrijven gebeurt: heb je een originele gedachte, relevante ervaring, goede data of een vraag waarover het daadwerkelijk de moeite waard is om na te denken?

Ik schrijf graag. Dat deed ik al lang voordat ChatGPT bestond en sinds ChatGPT doe ik het misschien alleen maar meer. Blogs, columns, stukken voor TheDataConnection, CFO.nl, Accountant.nl (hier al twintig jaar), ConeyMinds.nl en soms gewoon omdat ik ergens iets van vind.

Tegelijkertijd begin ik me af te vragen of we door AI niet vooral heel veel méér tekst aan het produceren zijn. Roland van der Vorst schreef afgelopen week in het FD een column met de titel AI-taal is een zegen. Zijn redenering is verfrissend, omdat we soms doen alsof generatieve AI een wereld vol briljante menselijke schrijvers aan het verdringen is.

Wie al wat langer zakelijke rapporten, beleidsstukken, offertes, accountantsmemo’s en managementrapportages leest, weet dat slechte teksten bepaald geen uitvinding van OpenAI zijn. We konden vóór ChatGPT echt niet allemaal fantastisch schrijven.

AI kan daar veel aan verbeteren. Iemand die moeite heeft zijn gedachten goed op papier te krijgen, kan nu een ruwe tekst invoeren en er een veel leesbaarder verhaal van maken. Wie het Nederlands niet perfect beheerst, kan professioneel communiceren. Een ingewikkelde mail kan eenvoudiger worden gemaakt en een rommelige notitie kan binnen een paar minuten veranderen in een behoorlijk leesbaar stuk.

Daar zie ik weinig kwaad in. Sterker nog, ik gebruik AI daar zelf voortdurend voor. Maar als straks vrijwel iedereen een keurige blog, analyse, memo of LinkedIn-post kan produceren, ontstaat er volgens mij een veel interessantere vraag. Goed kunnen formuleren wordt dan steeds minder onderscheidend. Wat blijft er over als de techniek dat kunstje voor vrijwel iedereen kan uitvoeren?

Dan gaat het er ineens om of je eigenlijk wel iets te vertellen hebt.

Het internet stond al vol. Nu kan iedereen publiceren

De productiekosten van tekst zijn door generatieve AI bijna verdwenen. Geef een taalmodel een onderwerp, vertel welke doelgroep je wilt bereiken en binnen een halve minuut staat er een artikel van duizend woorden. Dat is technologisch indrukwekkend, maar het betekent niet automatisch dat iemand die duizend woorden ook wil lezen.

Misschien is dat wel de ironie. We beschikken eindelijk over technologie waarmee vrijwel iedereen behoorlijk kan schrijven en gebruiken die vervolgens om het internet vol te zetten met teksten waar niemand op zat te wachten.

Dat zie ik ook op LinkedIn en op website die ik graag bezoek. De hoeveelheid perfect geformuleerde stukken over leiderschap, innovatie, AI, verandering en de toekomst van werk is nauwelijks nog bij te houden. Er staan meestal geen enorme fouten in. De structuur klopt, de spelling is foutloos en er zit bijna altijd een keurige conclusie onder.

Toch weet ik na vijf alinea’s regelmatig nog steeds niet waarom iemand het stuk heeft geschreven. Wel herken ik vrij snel dat het bijna volledig met AI is geschreven. Het probleem is dat een taalmodel heel goed kan helpen bij het formuleren van een gedachte, maar veel minder goed kan oplossen dat er aan het begin helemaal geen interessante gedachte was.

Ik gebruik AI zelf ook. Veel zelfs

Laat ik daar vooral niet ingewikkeld over doen. Bij TheDataConnection gebruiken we AI bij het schrijven en ik zelf ook. Soms heb ik een ruwe gedachte en gebruik ik AI om er structuur in aan te brengen. Soms wil ik weten of mijn redenering klopt of vraag ik om tegenargumenten. Ik laat stukken inkorten, zoek naar betere formuleringen en gebruik AI om vanuit een paar losse gedachten tot een eerste opzet te komen. Ik laat rapporten samenvatten en zoek naar data die trends kunnen verklaren.

Daarna begint overigens regelmatig een omgekeerd proces: de AI weer uit de tekst halen. Te veel korte alinea’s, te veel quasidiepzinnige slotzinnen en vooral te veel constructies waarin eerst wordt uitgelegd dat het niet om X gaat, maar eigenlijk om Y. AI kan prima schrijven, maar heeft de neiging om van ieder onderwerp een TED Talk te maken. En ja, er zijn inmiddels heel veel typische AI-woorden, paradoxaal is zo voorbeeld. Niemand gebruikt dat alleen onze AI-vriend.

Ik herken inmiddels zelfs mijn eigen prompts terug. Vraag om een tekst “wat prikkelender” te maken en de kans is groot dat je drie korte zinnen, een tegenstelling en een conclusie terugkrijgt die vooral heel belangrijk wil klinken. Heel saai eigenlijk.

Daarom blijf ik zelf aan teksten sleutelen. Niet omdat ik vind dat iedere komma door een mens bedacht moet zijn. Het interesseert mij eerlijk gezegd steeds minder of iemand AI heeft gebruikt bij het schrijven. Ik wil vooral dat een tekst iets toevoegt en dat ik het gevoel heb dat er een mens achter zit die ergens over heeft nagedacht.

Waar kwam de gedachte vandaan?

Dat vind ik veel interessanter dan de vraag wie uiteindelijk de woorden heeft getypt.

Ik kan ChatGPT vragen om een artikel te schrijven over de toekomst van de accountantscontrole. Waarschijnlijk krijg ik binnen een minuut een behoorlijk verhaal over automatisering, continuous auditing, realtime data, kunstmatige intelligentie en de veranderende rol van de accountant. Er zal vermoedelijk weinig aantoonbare onzin in staan.

Maar waarom zou iemand het willen lezen?

Interessant wordt het voor mij pas wanneer iemand vanuit zijn werk iets constateert wat schuurt met het gebruikelijke verhaal. Bijvoorbeeld dat we massaal praten over AI in de audit, terwijl we veel minder praten over de vraag welk controlebewijs zo’n taalmodel eigenlijk oplevert. Of wanneer iedereen enthousiast wordt over het automatiseren van eenvoudige controlewerkzaamheden en je je afvraagt wat dat op langere termijn doet met de kennis van jonge accountants. Dat lees ik zelden. Het zijn bijna altijd lieve, brave teksten die met de hype meegaan.

Hetzelfde geldt voor finance. Een algemeen artikel over data driven werken is zo gemaakt. Interessanter wordt het wanneer een CFO zegt dat er minder data beschikbaar is naarmate hij verder vooruitkijkt en je jezelf afvraagt of dat eigenlijk wel waar is. Misschien is er niet minder data, maar kijken we voor een voorspelling naar de verkeerde data.

Voor mij begint een artikel meestal bij zoiets. Iets wat ik hoor, lees, zie of zelf meemaak en waarbij ik denk: klopt dit eigenlijk wel? AI kan vervolgens uitstekend helpen om die gedachte uit te werken. Maar zonder die eerste vraag wordt het al snel een heel keurig verhaal over niets. Recent over jonge ouders die nu meer balans willen, wat een onzin, dat wilde ik vroeger ook, alleen toen kon het niet, waren er geen papadagen en regelingen.

Goed schrijven wordt goedkoper, een goede gedachte niet

Daar zit volgens mij een interessante paradox. Hahahahaha.

We gaan de komende jaren waarschijnlijk ongelofelijk veel meer tekst produceren. Blogs, rapporten, analyses, nieuwsbrieven, memo’s en socialmediaposts kunnen steeds sneller en goedkoper worden gemaakt. Onze beschikbare tijd om ze te lezen groeit alleen niet mee.

Dat maakt de vraag waarom iemand jouw stuk zou moeten lezen belangrijker, niet minder belangrijk. Uiteraard verschuift daarmee ook wat we onder een goede schrijver verstaan. Het ambacht van formuleren blijft relevant, maar wordt voor een deel toegankelijk gemaakt door technologie. Originaliteit, nieuwsgierigheid, ervaring, vakkennis en het vermogen om een onverwacht verband te zien, laten zich minder eenvoudig automatiseren.

Daarom vind ik de discussie over de herkenbaarheid van AI-teksten soms ook wat beperkt. Natuurlijk herken ik inmiddels bepaalde patronen zoals hierboven al aangegeven. Maar als iemand met behulp van AI een geweldig artikel schrijft met een originele gedachte, goede argumenten en nieuwe informatie, heb ik daar weinig moeite mee. Andersom maakt het mij ook niet zoveel uit dat iemand ieder woord helemaal zelf heeft geschreven wanneer er na duizend woorden nog steeds niets interessants staat.

Dus ja, AI-taal kan een zegen zijn

In dat opzicht heeft Van der Vorst volgens mij een punt. We hoeven niet nostalgisch te doen over een tijd waarin mensen zogenaamd allemaal prachtige brieven, rapporten en artikelen schreven. AI kan mensen helpen duidelijker te communiceren en kan de drempel om iets op papier te krijgen behoorlijk verlagen. Maar juist doordat dat lukt, verandert de waarde van schrijven.

Een goed geformuleerde tekst was vroeger mede bijzonder omdat niet iedereen hem gemakkelijk kon maken. Wanneer vrijwel iedereen straks over een digitale schrijver beschikt, wordt formuleren op zichzelf minder onderscheidend. Dan wordt zichtbaarder wat er onder die formuleringen zit.

En daarvoor moet je nog steeds kijken, lezen, werken, ervaren, onderzoeken, twijfelen, nieuwsgierig blijven en af en toe ergens behoorlijk door geïrriteerd raken. Je moet een verband zien dat anderen nog niet zagen, een vraag stellen die nog niet werd gesteld of vanuit je eigen ervaring iets toevoegen wat niet al in duizend andere teksten staat.

ChatGPT mag daarna wat mij betreft best helpen om er een goed verhaal van te maken.

Maar je moet wel eerst iets te vertellen hebben.

Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Commentaren