De afgelopen maanden buitelen tech-CEO’s over elkaar heen met voorspellingen over hoe AI “de helft van alle entry-level white collar jobs” zal wegvagen. Het klinkt apocalyptisch. Het klinkt visionair. En het klinkt vooral goed op conferentiepodia, bij investeerders en in kapitaalrondes.
Maar het roept een ongemakkelijke vraag op: als deze leiders écht geloven dat AI op korte termijn miljoenen starters overbodig maakt, waarom blijven hun eigen organisaties dan massaal mensen aannemen?
De retoriek is revolutionair. De praktijk is verrassend traditioneel.
Neem Anthropic. De CEO waarschuwt publiekelijk dat AI een groot deel van de instapbanen kan elimineren. Tegelijkertijd groeit het bedrijf en werft het engineers, onderzoekers, recruiters en operations-specialisten.
Of kijk naar OpenAI. Als marketing, content en productpositionering straks volledig door AI worden gedaan, waarom zien we dan nog steeds uitgebreide teams op branding, partnerships en policy? En als AI SaaS overbodig maakt, waarom wordt er dan juist méér gebouwd?
Zelfs in de advieswereld zien we hetzelfde patroon. McKinsey & Company communiceert trots over duizenden AI-agents, maar blijft tegelijkertijd consultants aannemen. Blijkbaar is menselijke capaciteit nog steeds nodig om waarde te creëren, context te begrijpen en verantwoordelijkheid te dragen.
Dat is geen hypocrisie. Dat is economie.
AI verhoogt productiviteit. Het elimineert niet automatisch arbeid. Het verschuift taken, versnelt processen, en verandert de aard van werk. Maar het vervangt niet simpelweg de menselijke factor.
Wat hier gebeurt, is subtieler. Angst verkoopt. Angst verhoogt urgentie. Angst legitimeert investeringen.
Wie investeert sneller:
iemand die een productiviteitsverbetering verwacht van 15%,
of iemand die denkt dat hij anders irrelevant wordt?
Door het narratief te framen als existentieel – “dit verandert alles, nu of nooit” – verschuift het Overton-venster. Wat vroeger onverantwoord zou klinken (“de helft van de jongeren verliest hun baan”) wordt nu als visionary leadership gepresenteerd.
En dat is problematisch.
Niet omdat AI geen impact heeft. Die heeft het wél. Maar omdat massaal doemdenken een maatschappelijke prijs heeft.
We onderschatten wat dit discours doet met studenten, starters en jonge professionals. Als je voortdurend hoort dat jouw toekomstige rol binnenkort geautomatiseerd wordt, wat doet dat met motivatie? Met studiekeuze? Met vertrouwen?
In de accountancy zien we dezelfde discussie. Alsof het beroep straks kan bestaan uit een paar seniors die LLM-output monitoren. Alsof juniors optioneel zijn geworden.
Dat is een denkfout.
De seniors van morgen zijn de juniors van vandaag.
Zonder instroom verdampt het vak op termijn.
AI kan ondersteunen, structureren, versnellen. Maar oordeelsvorming, contextbegrip, verantwoordelijkheid en ethiek blijven menselijk. Niet omdat technologie beperkt is, maar omdat organisaties verantwoordelijkheid niet kunnen delegeren aan een model.
De echte vraag is dus niet of AI banen vernietigt. De vraag is: welke taken veranderen, en hoe organiseren we die transitie verantwoord?
In de praktijk zien we dat AI vooral repetitieve, tekstuele en analytische deelprocessen versnelt. Dat verhoogt productiviteit. Dat creëert ruimte voor hogere orde werk. Dat kan zelfs nieuwe functies doen ontstaan.
Historisch gezien leidt technologische vooruitgang zelden tot permanente massawerkloosheid onder hoogopgeleiden. Wat het wél doet, is eisen stellen aan adaptiviteit.
Dat vraagt leiderschap. Geen angstretoriek.
Leiders met ongekende invloed hebben een keuze.
Ze kunnen het gesprek domineren met headlines over vernietiging en ontwrichting. Of ze kunnen het gesprek voeren over herontwerp, scholing, governance en mensgerichte implementatie.
Optimisme zonder realisme is naïef.
Maar doemdenken zonder verantwoordelijkheid is gevaarlijk.
AI kan menselijke vindingrijkheid versterken.
AI kan complexe problemen helpen oplossen.
AI kan organisaties slimmer en efficiënter maken.
Maar vertrouwen is óók kapitaal. En dat kapitaal kun je niet eindeloos ondermijnen met apocalyptische framing.
Misschien is het tijd om het debat te herijken. Niet in termen van “AI versus mens”, maar in termen van “AI mét mens”.
Niet als substitutie, maar als augmentatie.
De toekomst van werk zal complex en ongelijk zijn. Sommige rollen verdwijnen. Nieuwe ontstaan. Taken verschuiven. Dat is geen hype, dat is economische realiteit.
Maar laten we stoppen met het normaliseren van massale angst als marketinginstrument.
Technologie verdient volwassen leiderschap.
Mensen verdienen perspectief.
Ik weet waar ik op inzet.
Niet op angst.
Maar op menselijkheid.